Pensioenakkoord
Als gevolg van de vergrijzing en de stijgende levensverwachting genieten steeds meer mensen steeds langer van hun AOW-uitkering. De AOW-kosten lopen dus flink op. Maar door de economische crisis heeft de overheid juist minder geld te besteden.

Het kabinet heeft daarom in juni 2011 overeenstemming bereikt met de werkgeversorganisaties en vakbonden over de toekomst van het pensioenstelsel. In het pensioenakkoord staan maatregelen die de pensioenvoorzieningen betaalbaar moeten houden, zoals een hogere pensioenleeftijd en een flexibele AOW.

Een belangrijke discussie hierin gaat over de balans tussen koopkrachtbehoud en zekerheid. Aan de ene kant willen partijen graag dat de pensioenen snel weer geïndexeerd worden. Dat betekent dat de pensioenen van werkenden en gepensioneerden worden aangepast aan de gestegen lonen. Je kunt dan hetzelfde blijven kopen als het jaar ervoor ondanks het feit dat de prijzen zijn gestegen. Daarvoor is het nodig te beleggen op de beurs. Het rendement op alleen spaargeld is onvoldoende. Beleggingen leveren een hoger rendement, maar bieden minder zekerheid.

Als een pensioenfonds toch harde beloftes wil doen, kan er minder belegd worden. De wet zegt namelijk dat een pensioenfonds grote buffers met geld moet aanleggen voor het maken van beloftes. Al dat geld in die buffers kan niet worden belegd en levert dus ook geen inkomsten op.

Door minder harde toezeggingen te doen, blijft er meer vrijheid om te kunnen beleggen en meer rendement te ontvangen. Daardoor kan dan ook sneller worden geïndexeerd en blijft de koopkracht op peil, zonder dat de risico's te groot worden.

REAGEER


Naam  
E-mailadres  
Reactie  
 

« ga terug